|
Stuk 2. Suze
‘Bedankt voor het rondleiden, Joy!’ ‘Graag gedaan,’ klonk Joy’s stem, terwijl ze wegfietste. Suze voelde zich weer een beetje bekeken nu Joy er niet meer was. Weer wat onwennig liep ze door de school, om haar jas op te halen. ‘Hé!’ klonk het opeens naast haar. Wat geschrokken keek Suze om, maar het bleek niet voor haar te zijn. Plotseling botste ze tegen iets of iemand op. Een paar sterke armen hielden haar vast om te voorkomen dat ze viel. ‘Woo, rustig aan! Eén dag op school en meteen alweer ongelukken veroorzaken.’ Toen ze een beetje bang boven zich keek, zag ze de blauwe ogen van de jongen die ze in de klas had gezien. ‘Oh, sorry! Het spijt me!’ stamelde Suze. De jongen lachte, en knipoogde even naar haar. ‘Geeft niks, joh. Je deed het niet met opzet, toch? O, ik heb me trouwens nog helemaal niet voorgesteld.’ De jongen stak zijn hand naar voren, en zei: ‘Ik ben Kars, hoi.’ ‘Hai, Kars.’ zei Suze, terwijl ze zich nog steeds een beetje schaamde. De jongen begon weer te lachen, en zei dat het echt niks uitmaakte. Suze glimlachte ook, maar zei dat ze er nu snel vandoor moest, om haar ouders te helpen met de verhuisdozen. ‘Zal ik anders helpen? Ik wil wel weten waar je woont, en vanmiddag heb ik toch niks zinnigs te doen.’ Verbaasd keek Suze hem aan. Hij meende het. Suze knikte blij, en vertelde dat er nog een hoop te doen was. ‘Laten we dan maar gaan,’ zei Kars, terwijl hij zijn jas aandeed. Suze liep naar buiten en zette haar fiets van het slot. Terwijl Kars voor de school stond te wachten, sprong Suze op haar fiets, en fietste naar hem toe. Zijn blauwe ogen op haar gericht. Opeens schoot het door haar door dat ze hem best wel leuk vond. Meteen zette ze die gedachte van zich af. Haar vorige verkering had 8 maanden geduurd, en het was nog geen halfjaar uit, dus ze vond dat ze even rustig aan moest doen. Rustig aan, Suus. Je zit hier nog geen dag op school of je vind al iemand leuk? Dat kan geen echte liefde zijn.
Thuis aangekomen keken Ramon en Jill verbaasd op toen Suze met Kars binnen kwam stappen. ‘Hallo!’ zei Jill, terwijl ze een verbaasde blik naar Suze wierp. ‘Dag mevrouw, ik ben Kars, ik zit bij Suze in de klas.’ Ook Ramon stond op, en liep naar Kars toe. ‘Hoi, ik ben de vader van Suze, Ramon.’ Kars knikte, en keek om zich heen. ‘Wat een mooi huis, zeg! Woonden jullie eerder ook al buiten de stad?’ Alle drie schudden ze hun hoofd. Ramon vertelde over hun vorige woonplaats, terwijl Jill thee zette. Na een kwartiertje stonden ze op, en begonnen met dozen heen en weer te slepen. Toen de meeste dingen op hun plaats stonden, en de dozen uitgepakt konden worden, was het alweer tegen het zessen. ‘Als je wil, mag je hier wel komen eten,’ bood Jill aan, terwijl ze de tafel alvast dekte. ‘Nee, nee, bedankt!’, zei Kars, ‘ik vond het heel gezellig hier, maar ik moet er nu toch vandoor.’ Samen met Suze liep hij naar buiten. ‘Ik vond het echt gezellig, Suze. Ik zie je morgen weer!’ Suze zwaaide hem uit, tot ze hem niet meer zag. Toen draaide ze zich uit, en keek recht in de spiegel die in de tuin stond. Ze betrapte zichzelf op een gelukzalige glimlach.
Toen Suze in bed lag, was ze kapot. Die avond hadden Jill, Ramon en Suze met z’n allen alle spullen op de juiste plek gezet. Er was veel verschoven, en verplaatst, totdat Jill het goed vond staan. Suze keek naar de lichtrode muur met witte handafdrukken. Samen met haar vader hadden ze de handafdrukken erop gezet. Het was een leuke dag geweest. Suze knipperde met haar ogen, en probeerde de slaap te vatten. Ook al was ze kapot, de slaap wou niet komen. Op haar netvlies verscheen Kars weer. Zijn lach als hij haar aankeek, de bruine haren die in zijn gezicht lagen. Suze kroop diep onder de dekens, en probeerde zich voor te stellen hoe het zou zijn als Kars haar vriendje was. Als hij zijn arm om haar heen zou slaan, of als hij .. Met die gedachte viel Suze in slaap.
Een verschrikkelijk geluid vulde Suze’s kamer. Suze kreunde en sloeg op de wekker die in haar bed lag. Het geluid was meteen afgelopen. Met één oog nog gesloten keek Suze hoe laat het was. Kwart voor 7, over een kwartiertje moest ze eruit. Suze rekte zich uit en keek naar de ramen. Haar vader was al langs geweest, de gordijnen waren al open. Suze ging rechtop zitten en deed de radio zachtjes aan. Terwijl ze zo een beetje wakker probeerde te worden, kwamen de dromen van vannacht weer op. Kars had al verkering. Met een knap meisje, waar hij zo te zien helemaal gek op was. Suze was wakker geworden, en had tegen zichzelf gezegd ‘dat het maar een droom was’. Toen bedacht ze zich dat ze hem wel heel leuk vond. Ze probeerde ergens anders aan te denken, maar steeds kwam Kars weer in beeld. Je kon toch niet verliefd zijn na één dagje op een nieuwe school? Waarschijnlijk vond ze hem gewoon knap en leuk, en hij was inderdaad aardig, maar ze kende hem nauwelijks. Het kon niet. De wekker ging weer, en Suze zette het ding uit. Ze sprong uit bed en deed het raam open en voelde de frisse ochtendwind door haar haren waaien. Suze liep te trap af en opende zachtjes de deur van de badkamer. Daar draaide ze de deur op slot en liet de warme stralen over haar lichaam stromen. Na vijf minuten draaide ze de kraan uit en droogde zich af. Ze trok haar kleren aan en liep naar beneden. Daar stond Ramon al brood te smeren voor zijn werk. Hij had een paar dagen vrij gekregen, maar vandaag moest hij ook weer aan de bak. ‘Goeiemorregeee!’, zei Suze uitgebreid tegen haar vader. Een gemompel kreeg ze terug terwijl ze naar de kast liep om haar brood te pakken. Een bord en een glas melk stonden al klaar op tafel, en toen Suze ook haar brood gesmeerd had, zaten Ramon en Lea samen te eten. Het was stil, maar dat was Suze wel gewend. Ramon moest altijd even wakker worden. Na het eten liep Suze naar boven om zich klaar te maken voor school. Ze poetste haar tanden en borstelde haar haar. Zou ze het vandaag maar weer eens in een staart doen? In de spiegel op haar tafeltje keek ze met een schuin hoofd naar zichzelf en kneep één oog dicht. Ze pakte haar mascara en maakte haar ogen op. Daarna rende ze de trap weer af, greep haar tas, en zei haar moeder gedag. Suze rende naar haar fiets, sprong erop, en racete weg, op weg naar school. Daar aangekomen was de eerste bel al gegaan. Suze snelde naar binnen, terwijl ze uit haar tas de plattegrond trok. Ze moest op de eerste verdieping zijn, daar staat de 1 voor, maar welk lokaal? 1.23 dacht ze gezien te hebben. 1.23, naar boven, en dan het eerste lokaal links. Suze gooide haar jas over één van de kapstokken en rende de trap op. Het zou niet handig zijn om op de tweede dag al te laat te komen. Hijgend kwam ze bij lokaal 1.23 aan. Ze klopte op de deur, en terwijl ze wachtte op antwoord, probeerde ze haar ademhaling weer op peil te krijgen. De deur ging op en een vrouw met een puntige neus waar een bril op stond keek Suze aan. ‘Ja, jongedame?’ ‘Sorry dat ik te laat ben, ik ben nog nieuw hier.’ Suze wou langs de vrouw stappen, maar toen bleef ze plotseling staan. De ogen van 6e klassers stonden haar aan te staren. ‘Hé, kleintje, verkeerde klas te pakken?’ klonk het van achter. ‘Shit!’ fluisterde Suze tegen zichzelf, terwijl ze rood aanliep. Ze draaide zich op haar hakken op, mompelde nog een ‘sorry’ naar de vrouw, en snelde naar buiten. Op de gang knipperde ze even met haar ogen, en gooide haar tas van haar rug. Waar moest ze in dán zijn? Toen ze het papier wou pakken waar haar lesrooster op stond, kwam een meisje langslopen. ‘Haai, jij bent toch Suze?’ klonk een wat vernederende stem van achter naar. Suze draaide zich om en keek in de donkerbruine, bijna zwarte ogen van een meisje uit haar klas. ‘Volgens mij had ik me nog niet voorgesteld, ik ben Danique.’ Danique zwiepte haar golfende, zwarte haren naar achter, en liet haar prachtig opgemaakte ogen langs Suze’s lichaam glijden. Suze knikte glimlachend naar haar. ‘Hoi.’ Danique keek een beetje verlagend naar Suze, en wenkte toen achter haar. ‘We moeten in lokaal 1.28 zijn, volgens mij heb jij een behoorlijke blunder gehad met het lesrooster of niet?’ Danique lachte scherp, maar opeens verharde haar blik. ‘Is het waar dat Kars gister met jou mee naar huis ging?’ Suze keek haar verbaasd aan: ‘Ja, dat klopt. Hoezo?’ Het leek alsof er een bom ontplofte. Danique begon te schreeuwen. ‘Hoezo? Wat nou hoezo? Wie mag er nu vragen hoezo? Waarom was Kars met jou mee? Wat moet je met mijn vriendje? Je wil hem afpakken, is het niet? Blijf met je poten van hem af!’ Geschrokken deinsde Suze achteruit. ‘Ik.. Kars.. ik wou niet..’ Danique kwam dichterbij, en keek Suze dreigend aan. ‘Nog één keer, of ..’ ‘Danique, doe es ff normaal, man!’ Kars kwam aanlopen, met een rood hoofd van het fietsen. Hijgend kwam hij bij hen staan. ‘Doe es ff normaal,’ herhaalde hij nog eens. Danique keek hem aan. ‘Ik maak haar alleen even duidelijk dat wij niet te breken zijn!’ Kars keek Suze aan. ‘Het was niet haar bedoeling je zo te laten schrikken, hoor!’ Suze lachte vriendelijk, en zei dat er niks aan de hand was, en dat ze het wel snapte. Danique glimlachte naar haar, maar toen Kars even een andere kant op keek, gooide ze een giftige blik naar Suze toe. De deur ging open en het drietal mocht naar binnen komen. Suze kon niet opletten. Hij had al een vriendin. En wat voor een vriendin. Was ze maar nooit verhuisd.
_________________
We dance with two occasions: when it rains, and when it doesn't.
|