|
een klein stukje :
Stuk 10 Kars.
Ze fietsten naar Kars’ huis. Zijn vader was nu aan het werk, en het was stil in huis. Kars legde het vest met het jonge eendje erin op het aanrecht, en ging op zoek naar een doek. Terwijl hij aan het zoeken was, keek Suze om zich heen. De muren waren gebroken wit, en aan de wand hingen allemaal fotolijsten. Toen kwam de gedachte weer naar boven waar Kars’ moeder zou zijn. Zouden ze echt gescheiden zijn? Dan zou hij er vast niet over willen praten. Maar als ze op vakantie zou zijn, of voor haar werk naar het buitenland moest, zou hij het toch niet moeilijk vinden? Of was er iets anders aan de hand? Zwijgend keek Suze naar de foto’s. Overal stonden lachende mensen op. Kars die lachend een schelp liet zien, en Jack die met een glimlach op zijn gezicht naar de ondergaande zon keek. De volgende foto was weer een familieportret. Vader, moeder en zoon stonden voor de ondergaande zon. De lachende gezichten kon je net onderscheiden van het donker, terwijl de zon hun lichamen zwart afkaatste. Kars kwam weer beneden. ‘Ik heb maar een oud kussensloop gepakt, ik wist niet of ik al die handdoeken wel mocht gebruiken!’ zei hij lachend, terwijl hij Puck uit het vest haalde. Het grijze vest zat onder een grote, rode vlek, en de grote snee die in Puck’s vleugeltje zat, bloedde nog steeds. Nadenkend keek Kars ernaar. Toen sprong hij op, en haalde een mandje met allemaal EHBO-spullen uit de kast. Daaruit haalde hij een klein verbandje, en begon dat behoedzaam, nadat hij de wond had schoongemaakt, om het vleugeltje te wikkelen. Even later liep Puck nieuwsgierig door de kamer heen. Het was duidelijk dat het beestje zich op zijn gemak voelde, en totaal niet bang was. Vertederend zaten Suze en Kars naar het beestje te kijken. Toen zei Suze: ‘Ga je nog terug naar school?’ De glimlach gleed van Kars gezicht. Zijn ogen werden weer hard, en hij fluisterde met schorre stem: ‘Ik heb om eerlijk te zijn niet zo’n zin om daar nu nog heen te gaan.’ Suze knikte begrijpend, en legde even haar hand op zijn hand. Schokjes gingen door Kars lichaam, en het leek alsof hij weer werd opgeladen. Hij kneep even in haar hand, en zei toen: ‘Heb je zin om even mee te gaan naar een plek waar ik al heel lang niet ben geweest?’ Suze glimlachte voorzichtig, en knikte. Kars stond op, zette Puck in een doosje wat ze klaargemaakt hadden, en liep naar de fietsen. ‘O, nee, hé!’ riep hij toen verschrikt uit. Hij wees naar de voorband van zijn fiets. Die was nog platter dan een dubbeltje. Suze moest lachen, en schoof haar fiets naar voren. ‘Als jij nou fietst, dan spring ik achterop!’ Lachend nam Kars het aanbod aan, en toen Suze achterop sprong, voelde hij haar armen om zijn middel. Dromerig hing hij tegen hen aan, en dacht na hoe het was als zij verkering hadden. Toen realiseerde hij zich weer, dat hij al een hele tijd niet meer aan Danique had gedacht. Hij schaamde zich er eigenlijk voor. Dit was te erg, dit moest stoppen!
_________________
We dance with two occasions: when it rains, and when it doesn't.
|