|
Stuk 34 Suze Yea eindelijk weer een stukje! Enjoy it!
‘Suze, ga je even mee naar buiten?’ Een zachte, maar toch dwingende stem duwde haar met een onzichtbare hand naar buiten. Gedwee liet Suze zich meeslepen naar de gang, waar ze haar zwarte jas aan en sjaal om deed die nog een beetje vochtig waren en vies van de modder. Toen voelde ze een warme hand in die van haar die haar meetrokken naar de voordeur. Donkerblauwe ogen keken haar serieus aan met een lichte twinkeling erin. De deur viel achter hen dicht en een huivering trok langs beide ruggen. Het was opgehouden met regenen, maar nog steeds wakkerde er een stevige wind door de straten. De wind joeg wolken langs de donkere hemel waar het schaarse licht van de maan soms tevoorschijn kwam. Kars kneep lichtjes in Suzes hand en liep verder de straat in. ‘Wat wil je eigenlijk doen?’ vroeg Suze zwakjes. Het liep al tegen 4 uur in de ochtend en zelf had ze nooit zo goed tegen weinig slaap gekund. Kars daarentegen liep gestaag door en was niet moe, of liet dat in ieder geval niet merken. Aan het einde van de straat bleef hij stilstaan. Zijn ogen leken te schitteren en hij trok Suze dichter tegen zich aan. Een paar tellen leek de wereld stil te staan. De zachte lippen van Kars raakten die van Suze lichtjes en bleven even stil hangen. Weer keken zijn ogen met een kleine glimlach in die van haar en toen liet hij haar weer los. Suze was even helemaal van de wereld. De kriebels sloegen overal heen en even kon Suze bijna niet op haar benen blijven staan. Kars liep weer verder en toen Suze weer een helder beeld zonder roze wolkjes voor zich zag, schraapte ze haar keel en herhaalde ze haar vraag: ‘Wat wil je eigenlijk doen?’ Haar stem klonk raar, niet van haarzelf. In haar hoofd kuste Kars haar weer en de kriebels kwamen weer tot ver van haar buik naar boven kriebelen. ‘Ik wil gewoon even alleen met je zijn. Ik weet niet zo goed wat ik voel.’ ‘Ik snap wel wat je bedoeld, denk ik. Ik heb dan wel niemand verloren, maar ik snap denk ik wel wat ..’ ‘Eigenlijk bedoel ik niet echt dat van mijn moeder.’ Het bleef even stil. Toen ze bij het laatste huis de hoek om gingen vroeg Suze: ‘Wat bedoel je dan?’ Weer bleef het even stil. ‘Ik weet het eigenlijk niet zo goed.’ ‘Wat weet je niet zo goed?’ Een diepe zucht. ‘Wat ik voel.’ ‘Wat voel je dan?’ ‘Eigenlijk weet ik dat niet zo goed. Weetje, ik zag net Danique. Ik kwam van de begraafplaats en toen was zij daar op de één of andere manier. Ze is er nooit voor me geweest toen mijn moeder.. Nou ja, nu opeens was zij er wel. Ik weet niet waarom zij daar opeens was, maar ze was er wel.’ Kars praatte nog even verder, maar Suze luisterde niet meer. Toen Kars de naam Danique uitsprak, brak haar hart. Het was nog niet over. Kars en Danique hadden nog wel. Het was alleen een ruzie geweest. Kars zal nooit van haar zijn. Nooit zal ze zijn lippen weer op de hare voelen. Die keer in het ziekenhuis zal de eerste keer zijn geweest en de kus die ze net op haar lippen kreeg zal de laatste keer blijven. Opeens wist Suze niet meer hoe ze haar voeten voor elkaar moest zetten. Ze struikelde, maar Kars had niks door. Suze versnelde haar pas om hem bij te houden, maar probeerde tegelijk de tranen in haar ogen de doven. Dat wou niet samen. Ze bleef even stilstaan en haalde diep adem. Met een zo normaal mogelijke stem zei ze: ‘Ik heb het koud, zullen we asjeblieft weer terug gaan?’ Kars stopte midden in zijn verhaal en draaide zich verbaasd om. ‘Wat is er? Gaat het wel goed?’ Suze glimlachte. ‘Tuurlijk, ik heb het alleen een beetje koud.’ Haar stem klonk heel vreemd. Verdraaid en vervangen door een beknepen stemmetje dat niet zei wat ze dacht. Wat wou ze graag naar huis. In haar eigen bed liggen. De vertrouwde geur ruiken van haar kamer. Had ze maar nooit toestemming gegeven om bij Joy te gaan slapen. Ze haatte dit. Ze haatte deze buurt. Ze wou terug. Terug naar haar oude buurt. Die haatte ze ook. Ergens anders heen. Verhuizen. Ze draaide zich om en begon richting het huis van Joy te lopen. Achter zich hoorde ze Kars versnellen en een klein stukje rennen om haar bij te houden. ‘Gaat het wel goed, hé?’ Kars sloeg een arm om Suzes middel en probeerde haar dicht tegen zich aan te trekken. Onmerkbaar wrong Suze zich los uit zijn omhelzing en probeerde stevig door te lopen. Nog steeds lagen er tranen in haar ogen, die ze met de grootste moeite kon voorkomen dat ze over haar wangen vielen. Snel liep ze door en al snel kwamen ze bij de voordeur aan. De deur stond op een kiertje open en binnen aangekomen zag Suze niemand. Youssef, Davy en Joy waren blijkbaar ook naar buiten gegaan. Achter haar hoorde ze Kars de deur sluiten en zijn jas over een stoel heen hangen die in de gang stond. Ze veegde een traan van haar wang die er stiekem toch opgelopen was. Op het tafeltje stonden lege bierflesjes en de twee lege Smirnoff flessen. Suze pakte ze bijeen en borg ze op. De bierflesjes weer in het krat en de Smirnoff flessen bij het glas. De lege glazen zette ze in de afwasmachine. Kars zat op een stoel en zei die hele tijd niks. Toen Suze klaar was begon hij te praten. ‘Heb ik iets verkeerds gezegd?’ Suze bleef even staan en keek hem toen aan, met grote onschuldige ogen. Hij kon er ook niks aan doen. Toch? ‘Nee, natuurlijk niet. Waarom vraag je dat?’ ‘Ik weet het niet, je doet een beetje anders. Ben je moe? Of voel je je niet lekker?’ ‘Ik ben een beetje moe,’ gaf Suze toe en zei toen: ‘Ik denk dat ik me even om ga kleden en dan naar bed ga. Morgen moeten we ook naar school.’ Nog steeds klonk haar stem niet hetzelfde. Nog steeds leek het alsof haar stem ingewisseld was voor een andere stem die niet van haarzelf was. Kars knikte kort en verdween toen naar buiten. Suze keek hem na en zuchtte. Wat moest ze nou? De kriebels kwamen terug, maar op datzelfde moment kwamen ook de tranen weer opborrelen. Met een korte snik begon ze zich uit te kleden en trok ze haar joggingbroek en een veel te groot shirt aan. Nadat ze alle lichten had uitgedaan en de gordijnen gesloten had, ging ze opgekruld in haar slaapzak op het matras liggen. Met haar ogen keek ze naar de muur waar ze tegen aan lag en probeerde de tranen die over haar wangen liepen te stoppen. Het gesnik onder controle te krijgen. Het lukte niet. Nog lang bleef Suze woelen en toen ze de voordeur hoorde opengaan en Joy en Youssef lachend hoorde binnenkomen, deed ze net alsof ze sliep. Toch bleef het eerst nog even stil. Half in elkaars armen hangend kwamen Joy en Youssef toen de woonkamer binnen. Suze bleef stil liggen en probeerde haar ademhaling onder controle te krijgen en zo regelmatig mogelijk te ademen. ‘Oh, Suze slaapt al,’ hoorde ze de zacht fluisterende stem van Joy. Na een klapzoen van Youssef en gegiechel van Joy die even later in de andere hoek van de kamer gingen liggen werd het stil. Waar Kars en Davy waren gebleven wist Suze niet. Na nog langer woelen viel Suze uiteindelijk toch in slaap.
_________________
We dance with two occasions: when it rains, and when it doesn't.
|