|
Stuk 18. Kars
‘Kars? Waar is Suze?’ vroeg Joy, terwijl ze om zich heen keek. ‘Die liep hier net nog. Die zat toch net zo flauw te doen, volgens jou?’ ‘Suze! Kom tevoorschijn! Dit is niet grappig, oké? Kom tevoorschijn! Ik weet wel dat je achter de bomen zit, en mij wil laten schrikken, maar dit vind ik echt niet leuk!’ ‘Ze komt vanzelf als we gewoon doorlopen, en er geen aandacht aan besteden,’ zei Youssef, terwijl ook hij om zich heen keek. Langzaam liepen ze door, maar er kwam geen Suze tevoorschijn. Een beetje ongerust bleven ze stil staan. Ze riepen haar naam een paar keer, maar nog steeds geen reactie. ‘Ze is er niet,’ jammerde Joy zachtjes. ‘Ze is er echt niet!’ ‘Rustig, Joy! Rustig!’ suste Youssef, terwijl hij haar hand vastpakte. ‘Kijk me aan, Joy. Kijk me aan.’ Met betraande ogen keek Joy hem aan. ‘Joy, misschien is dit niet het goede moment, maar ik wil je niet kwijt. Ik wil je gewoon niet kwijt. Je bent mooi. Je bent slim. Ik.. Fuck, man! Hoe moet ik dit zeggen? Oké, nu gewoon rustig zijn. Suze komt terug. Rustig.’ Met grote ogen keek Joy hem aan, schudde toen haar hoofd en snikte nog een keer. ‘Jongens? We kunnen niet terug. We hebben de vorige coördinaten niet meer, we kunnen niet terug, want dan vinden we de weg zelf ook niet meer,’ zei Kars, terwijl hij naast hen kwam staan. ‘Maar we moéten terug, Kars! Suze is daar!’ jammerde Joy, en begon weer te huilen. Sussend legde Youssef zijn arm om haar middel en drukte haar tegen zich aan. Een beetje jaloers keek Kars naar Youssef, die dat wel zomaar haar kon doen. Hij schraapte zijn keel weer: ‘We moeten zo snel mogelijk deze tocht uitlopen. We kunnen met ons beste Frans bij het eerste huisje aankloppen, maar ik denk niet dat het eerste huisje net zolang duurt als de camping, dus dat we gewoon nú verder lopen, deze tocht uit. Verkut, waarom moesten we nou die verklote mobiels inleveren! Dan hadden we dit gezooi ook niet gehad!’ Boos gooide Kars het GPS-systeem op te grond. ‘Hee, man! Even chill. Als dat ding kapot gaat, komen wij ook niet meer thuis!’ riep Davy. Toch een beetje geschrokken pakte Kars het GPS-systeem weer op, en zag tot zijn opluchting dat er niets kapot was. ‘We moeten nu doorlopen, we kunnen niks beginnen!’ zei Davy vastberaden, en begon in de richting van de volgende coördinaten te rennen. ‘Kom op!’ De rest volgde hem snel, en Youssef trok een jammerende Joy achter zich aan.
‘Hier hadden we door dat ze niet meer bij ons was,’ zei Kars vluchtig, en liep snel verder met een horde leraren en ambulancebroeders achter zich aan. Ze hadden een brancard meegenomen, ze konden niet met een ambulance hier komen. Gelukkig was het niet ver, maar in het donker was het nog een hele tocht om uit te zoeken waar Suze was. ‘Hier was ze nog bij ons, zeker weten,’ snikte Joy, terwijl ze om zich heen keek. ‘Hier liet ze haar mobiel vallen, en toen liep ik vast door. Volgens mij heb ik haar daarna niet meer gezien.’ Vlug liepen de mensen verder, en begonnen in de bossen te zoeken. Na een paar minuten kwam er een ambulancebroeder die op zijn beste Engels iets tegen de leraren brabbelde. ‘We have found the girl,’ zei hij, terwijl hij ergens achter de bomen wenkte. Opgelucht, maar toch benauwd liepen de jongeren achter de man aan. Toen zagen ze haar. De mannen bezochten haar met een grote zaklamp, en je kon goed zien hoe gehavend ze eruit zag. Joy draaide haar gezicht weg en begon te huilen. Sussend kwam Youssef bij haar staan en nam haar in de armen. Hij wiegde haar zachtjes heen en weer en legde zijn wang tegen haar hoofd. Hij fluisterde geruststellende woordjes, en probeerde Joy tot rust te brengen. Ongelofelijk staart Kars naar het afschuwelijke tafereel. Suze lag over een boomstam, en zag er vreselijk uit. Overal over haar lichaam stonden schrammen en diepe sneeën, en de kleren zaten nauwelijks meer om haar lichaam. Ze waren in stukken gescheurd, en overal op haar gezicht en borst zaten grote korsten en opgedroogd bloed. Met grote ogen keek Kars naar Suze’s gezicht. Het was afschuwelijk om te zien. Een enorme bult zat op haar voorhoofd, en daar net naast twee korte, maar hele diepe sneeën. Een dikke laag vers opgedroogd bloed plakte eromheen. De kleren die nog om haar lichaam zaten, waren doordrenkt van het bloed, en ook op haar been zat een paar lange, diepe sneeën. Dan ziet Kars haar enkel. De voet lag dubbel, en een enorme bult zat bovenop haar voet. Kars voelde zich misselijk worden en draaide zich om naar meneer van Dronten. ‘Waarschijnlijk is ze door een zwijn aangevallen’, vertaalt hun leraar Frans, die net informatie van een Fransman had gekregen, terwijl hij zijn best doet om neutraal te blijven kijken. Als in een waas werd Suze weggevoerd. Kars wilde achter haar aangaan, maar was niet in staat zich te bewegen. Hij werd meegevoerd door Davy. Youssef stond nog steeds met een huilende Joy in zijn armen. Met een flauwe glimlach en een knik naar Youssef en Joy zei hij: ‘Dit was niet je idee, of wel?’ Kars staarde voor zich uit.
Eenmaal op het kamp terug heerste er een bedrukte stemming. De toestand van Suze was verteld, en de mensen die nog niet op bed zijn gegaan, zaten om het kampvuur fluisterend na te praten. Kars zat alleen, en staarde voor zich uit. Waarom hadden ze niet eerder wat gemerkt? Misschien was het dan niet zo erg geweest. Hij zuchtte diep en staarde naar de vlammen die uit het vat sloegen. Danique kwam uit de herberg, en zag Kars alleen zitten. Vrolijk met haar haar zwiepend ging ze naast hem zitten. ‘Zo, eindelijk eens wat tijd voor ons tweeën. Nu Suze er niet bij is, hoef je eindelijk niet bij hen te zitten.’ Kars’ mond viel open van verbazing. Woedend sprong hij overeind. ‘Hoe dúrf je zó over Suze te praten? Suze is één van mijn beste vrienden, hoe durf je zo vrolijk en opgewekt te zijn?!’ ‘Met zielige gezichten trekken schiet je ook niks op,’ zei Danique, schouderophalend. ‘Vuile trut!’ schreeuwde Kars, ‘Vieze vuile trut! Zo egoïstisch en bazig was je eerder nooit! Maar nu weet ik wel beter. En Danique, ik zal je nog iets zeggen. Het is over, uit! Ik ben je spuugzat!’ Met een sprakeloos gezicht keek Danique hem aan. Toen perste ze haar lippen op elkaar, kneep haar ogen samen en liep met haar neus in de lucht. Zwaar ademend kijkt Kars haar na, en bruusk stond hij op, en liep de verbouwereerde Youssef en Davy voorbij.
_________________
We dance with two occasions: when it rains, and when it doesn't.
|