|
16. Wrok en bitterheid. Vandaag was de dag van de tweede –officieel de derde, maar ze telden de tweede niet mee, want daar waren de leerlingen niet bij aanwezig- show, dat was mijn eerste gedachte toen ik wakker werd. Knipperend tegen de felle zonlicht die door het raam naar binnenviel –wie had mijn gordijnen open gedaan?- kwam ik overeind en gaapte ik nog eens voor ik uit bed stapte. Mona was blijkbaar al eerder opgestaan, want ik zag haar nergens. Omdat ik niet wist was ik anders kon doen ging ik de woonkamer binnen. Tess en Mona zaten beiden, met hun ontbijt voor hun neus, aan tafel. Hun hoofden draaiden tegelijkertijd mijn kan op toen ik binnenkwam. “Hoi,” zei ik en ik nam plaats bij hun aan tafel. “Goed geslapen?” “Ja hoor,” zei Tess na een perplexe stilte. “En jij?” “Gaat wel,” antwoordde ik naar waarheid. “Een beetje aparte dromen gehad, maar ik heb meer geslapen dan ik dacht dat ik zou doen.” Er stond nog een schaal met broodjes op tafel en ik pakte er één vanaf, waarna ik het droog opat. Veel eetlust had ik niet, maar ik moest toch wat eten, we zouden de hele dag bezig zijn met repetities en voorbereidingen voor vanavond, dus ik moest toch iets naar binnen werken. “Thalia?” “Ja,” ik keek verwonderd op. “Je gedraagt je zo… normaal. Ben je niet boos,” vroeg Mona, haar ogen vol met kinderlijke onschuld. “Jawel, maar het heeft niet veel zin dat op jullie af te reageren,” zei ik somber. “Of wel soms?” “Nee,” glimlachte Tess. “Maar het is wel menselijk.” Vlak daarna stond ze op om te kijken wie er op de deur aan het bonzen was. Ik staarde in de tussentijd naar mijn half opgegeten broodje, vanbinnen slaakte ik een zucht. Het was moeilijk om me groot te houden bij Tess en Mona, maar ik deed het nog het meest voor mezelf. Als ik eenmaal instortte dan zou ik er niet makkelijk bovenop komen, dus hield ik mezelf sterk en probeerde ik zo min mogelijk aan gisteren te denken. Mona staarde intensief naar mijn gezicht zodat ik haar blik wel moest beantwoorden. “Je hoeft niet altijd je emoties terug te duwen,” zei ze serieus. “Soms mag je best eens huilen.” Ik keek met hernieuwde belangstelling naar het meisje. Ze had precies gezegd wat ik dacht, in andere woorden misschien, maar toch. Voor ik kon antwoorden kwam Tess alweer de woonkamer in. Achter haar liepen: Aleandro, Ralph en Dylan. De laatste twee met een reistas in hun handen. Dylan en Ralph keken een beetje verward, alsof ze niet wisten wat ze moesten zeggen en Aleandro vooral beheerst. Wat heel apart was, ik had Aleandro nooit beheerst meegemaakt. Hij was altijd mijn vrolijke, vriendelijke, dramatische, grappige, Elvis. Niet beheerst. De sprankelende ogen waren achterwege gelaten, alsof ze nooit hadden bestaan. Hij zag er uitgedoofd uit, vermoeid, verkilt. Maar waarom? Hij was dan misschien boos op Matthew, om wat hij mij aangedaan had, alleen, zo erg was dat toch niet? Ik bedoel, ik was heel kwaad op Matthew en natuurlijk nogal gekrenkt, maar Aleandro zag eruit alsof hij elk moment op de grond kon neerknallen. “Hé, Thali,” zei hij, een beetje schor. “Alles goed?” Geen prinses, of grapje, alleen maar een korte begroeting. “Nou, uhm… het gaat en met jou,” vroeg ik een beetje op mijn hoede. Het viel me op dat hij nog steeds de pak van gisteren droeg. De blazer was weg, maar de witte verkreukelde hemd die eronder zat, had hij nog aan, evenals de broek en nette schoenen. Hij had zicht blijkbaar niet verkleed, en aan de kringen onder zijn ogen te zien, had hij ook niet geslapen. Of in ieder geval niet veel. “Ik heb me weleens beter gevoeld,” zei de blonde jongen na een korte stilte en hij streek met één hand door zijn verwarde haren. “Ik kom alleen even langs om deze twee hier af te leveren. Ze gaan vandaag weer naar huis en wilden afscheid van je nemen.” Zijn antwoord was heel afstandelijk, maar mijn blik schoot al eerste naar mijn beste vrienden. “Gaan jullie nu al weg,” vroeg ik onaangenaam verrast. “zo snel al?” Ik wist wel dat ze niet tot het einde van de wedstrijd konden blijven, maar dat ze maar één dag zouden blijven had ik niet verwacht. “Ja, Thali. We hebben al genoeg onrust veroorzaakt hier,” Ralph glimlachte triest. “Bovendien is het niet wat je noemt “normaal” dat vrienden van een kandidaat hier naartoe komen. Daarin zijn wij de uitzondering.” Ik zweeg teleurgesteld. “Trek niet zo”n gezicht.” Dylan sloeg zijn arm om mijn schouders heen. “We zullen je elke dag bellen, overladen met mailtjes…” “…en gek maken met sms”jes,” vulde Ralph grijnzend aan. “Dus missen zul je ons niet.” “Geloof me, zodra je deze wedstrijd gewonnen hebt, zul je wensen dat je ons nooit zou kennen,” grapte Dylan en hij kneep zachtjes in mijn schouders. Ik glimlachte een beetje en sloeg toen onverwachts mijn armen om hun nek heen. Door mijn miezerige lengte moesten ze hun hoofden wel buigen om niet hun nek te breken en ik kneep ze liefkozend helemaal fijn. “Krgg…” bracht Ralph pruttelend uit, Dylan maakte een soortgelijke geluid. “Ik hou ook van jullie,” zei ik op lieve toon. “Maar als jullie ooit nog eens, zonder het minstens drie maanden van te voren te zeggen, weggaan dan zal ik jullie, elk apart, wel de knuffeldood moeten geven.” Met een glimlach liet ik ze langzaam los. Het eerste wat ze deden was over hun pijnlijke nek wrijven en mij een ultradodelijke blik toewerpen die ik grijnzend in ontvangst nam. De grijns betekende zowel een bewijs voor mijzelf –zie je wel dat Matthew mij niets uitmaakte- als voor de anderen. Ik had absoluut geen zin in meelevend gedrag. Daar kon ik eens niet tegen en dat was nu niet veranderd. Tess en Mona grinnikte beiden om de aanblik van Ralph en Dylan die nu elkaar omstebeurt verweten dat ze het mij niet hadden verteld.
_________________ I'm like a book, don't judge me by my cover, read me page by page and then you'll discover the whole story
|