|
‘Fi, waar was jij laatst, met het practicum van natuurkunde?’ Het leek alsof ik wakker werd uit mijn slaap. May stootte me aan en siste me de vraag van de leraar. ‘Waar je laatst was, met dat practicum.’ ‘Oh, eh. Nou. Kijk,’ zei ik, terwijl ik mezelf wat extra tijd schonk. Waar was ik ook alweer? En hoe heette die leraar ook alweer? Peinzend keek ik hem aan, liet mijn ogen hem van top tot teen bekijken. De leraar stond me afwachtend aan te kijken met één wenkbrauw in de lucht, handen in de zij en één voet kloppend op de grond. Antwoord, o ja. ‘Ik was..’ ik aarzelde even, omdat ik zeker wist dat er een daverend gelach op zou stijgen uit de klas, ‘ik was tegen een lantaarnpaal aan gelopen.’ Het bleef even stil, maar toen kwam er inderdaad een lachsaldo op. Zelfs May lag hikkend en met tranen over haar wangen van het lachen over haar tafel heen en probeerde, door haar handen op haar buik te leggen, het lachen te stoppen. Een harde klap op de tafel met een boek van de leraar deed het gelach verstommen. Sommige meisjes veegden de tranen van hun wangen en pakten hun ienimienie-spiegeltjes om hun mascara weer goed op te brengen. Ik keek nog steeds strak voor me uit. Het was helemaal niet grappig, ook al snap ik wel waarom iedereen moet lachen. Nog steeds heb ik last van het litteken op mijn hoofd. Oké, litteken klinkt wel ontzettend overdreven (en stoer haha), maar als je weet dat er litteken zit, zie je hem echt wel. ‘Maar waarom was je er dan niet? Tegen een lantaarnpaal oplopen is nou niet je beste smoes, Fiona?’ De leraar stak zijn hand op tegen het weer opkomende gelach, wat weer verstomde, en keek me afwachtend aan. Ik zuchtte onhoorbaar. Waarom moesten we het daar nog steeds over hebben? ‘Nou, Daniël heeft me naar de conciërge gebracht, waar ik een paar keer over mijn nek ben gegaan,’ – ik hoorde verafschuwde geluiden – ‘en na het ziekenhuis, waar ik toen heengebracht ben, heeft mijn moeder mij naar huis gebracht waarna ik weken lang in bed heb gelegen.’ Een beetje overdrijven kon geen kwaad, toch? Vooral niet bij natuurkunde. Dat was zo ongeveer het meest saaie vak wat je maar kon bedenken. Naast wiskunde natuurlijk. Ik rilde onbeheerst. Wiskunde, met die vreselijke vent die een kennis van een één of andere oom van mij scheen te zijn, en daardoor opeens mijn hele familie scheen te kennen! Elke keer als ik die klas binnenkwam moest ik de groetjes thuis doen, de vraag te horen krijgen hoe het thuis ging en of ik de volgende verjaardag van mijn oom zou bijwonen. Yegh, ik hoop dat die vent snel ontslagen word. Gelukkig is hij (volgens mij dan) al over de zestig en gaat hij bijna weg. Hoef ik in ieder geval die stinkende geur van twee-weken-geleden-wasgoed niet meer te ruiken. ‘FIONA!’ O ja, ik zat in de les. ‘Hm?’ Blijkbaar keek ik de leraar nogal schaapachtig aan, want hij barstte in woede uit. ‘FIONA JANSSEN, IK BEN HET SPÚÚG EN SPÚÚGZAT DAT JIJ..’ Alle blikken gingen naar de deur. Een klein, blond kleutertje met twee staartjes in haar haar keek met grote ogen naar de man die mij uit stond te schelden. ‘Papa?’ zei ze zachtjes, terwijl het hele cluster haar geïnteresseerd aankeek. Het kleine lipje van het meisje begon te trillen en al snel vielen er grote, dikke tranen over haar wangen. ‘Papa,’ zei ze, terwijl ze de deurklink losliet en op de grond ging zitten. Meneer Wevers.. O ja, zo heet die gast van natuurkunde. Meneer Wevers. Meneer Wevers schudde even zijn hoofd, mompelde iets en liep toen naar het meisje toe. ‘Vera, wat doe jij hier? Waar is mama? Ze moet je toch niet alleen door de school heen laten wandelen. Kom maar mee, jij.’ Zijn stem vervaagde terwijl hij het lokaal uitliep en de klas begon te kletsen. Ik zuchtte even. Ik was weer even ontsnapt aan het oordeel. May zat naast mij kleine figuurtjes te tekenen in haar aantekeningenschrift. Jee, wat was die meid netjes. Voor elk vak een bepaald huiswerkschrift, aantekeningenschrift en zelf een oefenschrift! Nou ja, daar kreeg ze voor terug dat ze ontzettend knap was. Roodbruin geverfde lokken vielen over haar schouders en haar lange, bruine benen waren onder de tafel te zien. ‘Zeg May, heb jij dat bruin van jezelf of van de zonnebank?’ May keek me even wazig aan. Toen lachte ze. ‘Hoe kom je daar nou ineens bij?’ ‘Ik zag je benen en toen dacht ik..’ Ik maakte een weifelend gebaar. May keek me even aan. Toen schudde ze haar hoofd. ‘Wat ben jij ook gek,’ zei ze, terwijl ze even over haar benen streek. ‘Maar goed, je hebt gelijk, ik heb dit van de zonnebank. Maar zeg dat tegen niemand,’ voegde ze er fluisterend aan toe en ze keek om zich heen of iemand het gehoord had. Ik kende May al vanaf de kleuterschool, nog langer dan Daisy dus. Maar May had het druk gekregen sinds vorig jaar. Ze had promotie gekregen op haar werk en moest er steeds vaker naartoe. Ze werd soms zelfs gedwongen om onder schooltijd te werken. Ik vond dat eigenlijk niet kunnen, maar ik zei er niks van. May was altijd al iemand geweest die mensen haatte die in andermans zaken snuffelde. Dat deed ik niet, maar ik vond gewoon niet kunnen dat je werd gedwongen om onder schooltijd te werken. Maar goed, ze was dus ontzettend druk met geld verdienen. Toen ze verkering had met Rob, waar ze nu trouwens nog steeds verkering mee heeft, wat ik me trouwens niet voor kan stellen want die jongen ziet eruit alsof hij totaal niet kan zoenen, niet dat dat echt uitmaakt bij ware liefde, maar toch: toen ze dus verkering met Rob had ze opeens het plan in haar hoofd gekregen om een wereldreis te maken. En volgens mij is dat nog steeds niet uit haar hoofd, aangezien ze bakken met geld verdiend. Na schooltijd zie je haar ook nooit, ze moet altijd direct door naar werken en onder schooltijd zie ik haar ook eigenlijk niet, want we zitten alleen bij natuurkunde, Frans en geschiedenis bij elkaar in het cluster. Jaloers keek ik weer even naar haar benen. Ze waren echt mooi. Lang en bruin, zoals elke jongen ze gewild zou hebben. Ik zuchtte. Ik zou genoegen moeten nemen met mijn knokige benen. Ach, het was te doen. Als je naar de benen van Fatsige Fenna keek was iedereen blij met zijn of haar benen. Oké, zo mocht ik haar niet noemen, maar ze was echt dik. En het leek alsof het haar niks kon schelen. Misschien kon het haar wel wat schelen, maar ze deed er in ieder geval niks aan. Elke middag zat zij met een patatje oorlog van de snackbar van hiertegenover en een aardbeienmilkshake aan een tafeltje waar normaal drie mensen aanzitten. Misschien kom het ook wel door dat er niemand naast haar wÃl zitten, maar goed. De bel ging. Gelukkig. Ik had namelijk geen zin meer dat ik straks alsnog uitgefoeterd werd door die vent. Ik was toch gewoon in die les geweest? Langzaam sjokte ik naar buiten. Het begon weer lekker warm te worden. Precies de temperatuurtjes die je wil hebben. Niet te warm en niet te koud. Ik had mijn driekwart spijkerbroek aan met een grijs, strak T-shirtje, waar met knalroze letters op stond: Less art, more dance. Het stond me eigenlijk nog best goed, dacht ik, terwijl mezelf in de deur bekeek, voordat ik hem openduwde en naar buiten liep. Ik zag Daisy al staan, op de plek waar ze altijd stond. Wilde ik haar eigenlijk wel spreken? De laatste tijd stond me het wel een beetje tegen, al dat geflirt met die jongens steeds, waarbij ik op de tweede plaats kwam te staan, maar toen ze me op een uitbundige manier begroette, vergat ik dat allemaal weer.
_________________
We dance with two occasions: when it rains, and when it doesn't.
|